Het is alweer ruim drie maanden geleden dat we in een loodzware
trekking de eindeloze bergen van de Ethiopische Simien Mountains hebben
bedwongen. Inmiddels zijn we voldoende uitgerust van die missie en
kijken we uit naar een nieuwe bergervaring.
Het wordt een tocht van 65 kilometer, vier dagen wandelen door Mount
Elgon. Een enorm gebergte met kliffen, grotten, gorges en watervallen.
De berg ligt op de grens van Uganda en Kenia, het hoogste punt ligt in
Uganda op 4321 meter, de Wagagai peak! Dat is ons doel, daar gaan we
naartoe.
Uganda Wildlife Authority kan een boel voor ons regelen deze trekking
en daar maken we volop gebruik van. Aan de voet van de berg, in
Budadiri, worden we voorbereid op onze wandeling. We huren een tent,
matrasjes, slaapzakken en kookgerei voor de komende dagen en maken
kennis met ons team: John, George (en Detlev denkt, nu Paul en Ringo
nog..), Michael en Alex heten de mannen die ons door de bergen gaan
leiden. Alex is de gids, een 38_jarige vader van 7 kinderen, die dit
werk al 10 jaar doet. De andere drie zijn onze dragers, wij hebben
niets om mee te sjouwen, alleen de fles water die we drinken.
Om half 7 in de ochtend vertrekken we, eerst met de auto naar 1250
meter, het dorpje Bumasolo is ons startpunt. We wandelen vandaag 15
kilometer, alleen bergopwaarts. Het eerste deel over de kleine
akkertjes van de bewoners. We ontmoeten hier nog veel mensen die ons
toeschreeuwen en driftig naar ons zwaaien. Dan verdwijnen we het park
in, een inmens groot dicht begroeid bos is waar we ons de komende drie
uur in bevinden. We zijn met zes man, verder is er niemand. Het geluid
komt van vogels, krakende takken onder onze voeten en een hijgende
Detlev en Sandra. We bereiken het eerste kamp, Sana River, waar we een
lunch nemen. Dan vervolgt de weg in een een doolhof van bamboebomen,
geweldig! Het is alleen maar klimmen en we zijn blij als we rond 17 uur
ons kamp bereiken, waar onze mannen de tent voor ons opzetten en een
kop thee voor ons maken. We zijn zelf verantwoordelijk voor ons eten.
Lekker weer eens zelf koken!

De nacht is verschrikkelijk koud, we zitten hier, in Mude cave camp,
op 3500 meter en het is slecht weer. Hopen dat het morgen beter is,
want we zijn niet uitgerust om in de regen te wandelen. We hebben
mazzel, het is droog. Dag twee is de wandeling naar het hoogste punt,
een pittige klim, maar zeer goed te doen. Het waait enorm en dat maakt
het op deze hoogte erg koud, maar al klimmend hebben we daar niet veel
last van. Trots bereiken we ons doel! Terug de berg af is makkelijk,
het begint te hagelen, past mooi in het plaatje hier. We hebben
strakblauwe lucht gezien, een heldere blik over de bergen en nu wordt
het mistig, op onze terugweg, dus dat is goed getimed.



De top is bereikt, maar de wandeling is nog niet ten einde. Dag drie
gaan we via een andere route naar beneden. Het wordt de zwaarste
wandeling van deze tocht. 25 kilometer in totaal en slopend! Klimmen,
dalen, klimmen, dalen. Wel door een prachtige natuur, gisteren naar de
top was het een eenzijdig beeld, uitgestrekt grasland en rotsachtig, nu
weer prachtige bossen, mooie afdalingen de valleien in en over
riviertjes heen stappend, gammele bruggetjes, modderige paden. Een
enorme aanslag op ons lichaam, zeker als het aan het eind van de
ochtend begint te hosen! Sandra heeft een regenjacky, Detlev krijgt er
een van de gids, die nu zelf drijfnat wordt! Alex draagt zijn bagage op
zijn hoofd en houdt daarmee de ergste regen tegen. We koelen snel af en
moeten snel door lopen naar ons kamp om op te warmen bij het vuur.
John, George en Michael zijn gearriveerd en steken het vuur aan, brrr,
met zes man kruipen we dicht tegen elkaar aan om zo snel mogelijk op te
drogen en warm te worden, we eten wat en dan zegt Alex dat we weer op
pad moeten. Hij wil voor de volgende regenbui bij het eindpunt zijn.
Onze voeten willen niet meer, we hebben er al vijf uur opzitten, maar
eenmaal weer op gang gaat het lekker. De zon breekt weer door en dan
ziet alles er een stuk mooier uit. Alex is een geweldige gids, hij weet
veel van de flora en fauna in het park en vertelt er graag over. De
dragers zijn de enthousiastelingen tijdens de reis, ze babbelen aan een
stuk door en hebben erg veel lol.
Na 8 uur lopen bereiken we ons eindpunt van de dag, wat een geweldige
verrassing!!! We komen aan bij een grot, Tutum Cave, prachtig gelegen
midden in het bos, een gigantische grot achter een waterval. Ons tentje
wordt in de grot opgezet en wij gebruiken de hard stromende waterval
als ijskoude douche. Wat een genot.


De verhalen bij het kampvuur zijn leerzaam en leuk, veel over het
leven hier in Uganda, de culturele verschillen en over eten! John en
George zijn de mannen die ons vandaag verwennen met een heerlijke
maaltijd. Een mix van Europa en Afrika op ons bord, heel goed.
De laatste dag.... altijd fijn, na drie lange dagen kijken we uit naar
het eindpunt. Het lopen is fantastisch maar we voelen het wel. We zijn
toe aan het einde en na wederom een mooie boswandeling komen we aan in
bewoond gebied. Dan realiseer je je weer hoe verschrikkelijk rustig de
natuur is en hoe prachtig. We zijn weer terug bij de dorpelingen,
moeten zwaaien naar de kinderen, praatje maken met de mensen en het
laatste deel van de tocht over asfalt lopen. Maar het eindpunt is in
zicht en dat voelt goed. Alex heeft al afscheid van ons genomen, de
dragers brengen ons thuis... Benen omhoog en niets meer doen. We zijn
aangekomen in Sipi Falls en vieren de aankomst met een heerlijk biertje!